| ©
2004 - 2012
D C A van der Hoofd
Versie 2.03a |
|
De eerste week - december 1990 Ik denk aan je eerste week na de geboorte. Je ligt op mijn buik in het huis op het Zwaluwplein. Rust gaat er van je uit, als je op mijn buik in slaap valt! Ik hou van je en zal dat altijd blijven doen. Drie dagen ben je nu op de wereld. Je wordt uit bed gehaald door de verpleegster. Ik mag je voor het eerst verschonen en in bad doen! Ik weet niet precies hoe ik je moet vastpakken, wat klein allemaal! Ik heb wel eens geoefend met een nichtje en dat komt nu toch wel van pas. Het kinderbadje is geen succes. Je krijst als je daarin moet. Dan maar in een emmer! "Kan ze rechtop zitten." Volgens de verpleegster is dat beter. Erin en…? Je grijpt in een reflex de rand
van de emmer en trekt jezelf bijna uit de emmer. Er zit karakter in, denk ik bij mijzelf.
NACHTUILTJE "SPOOKIE" Slapen? Lang doe je het niet! Overdag even een 25 minuten en daar is ze weer. In je kamertje is het te stil. Dus beneden in de woonkamer word je in de box gelegd. De box is omhoog geplaatst, zo kun je op ooghoogte meedoen als er iemand op de bank zit. Een "tukkie" van 35 minuten en je rekt jezelf uit alsof je een hele nacht geslapen hebt. Ik noem je voor het eerst "Spookie". DE WIEG, OOGJES, ZUCHTJE - januari 1991 Je gaat slapen, buikje zit vol. Honger was het eerste wat al in het ziekenhuis duidelijk werd, daar hou je niet van. Volgens de verpleging in het ziekenhuis in Alkmaar was er weer eens een echte meid geboren. Ik heb de kruiken gemaakt! Blijf bij je wieg staan, je moeder is al weer in bed. De dokter heeft haar bezocht en rust voorgeschreven. Het vriest ± 10 graden de kou straalt door de ramen heen, je hebt een mutsje op. Je pakt mijn vinger vast met je handje, ik streel je voorhoofdje en neus. Ik ga met mijn wijsvinger over je wenkbrauwen en wangen, je zucht, de slaap is er. Ik blijf nog zeker 15 minuten naar je kijken. Het is2.00 uur in de nacht ik ga slapen. KRAAMVERZORGING De kraamverpleegster is er elke dag. Yolanda heeft last van depressies. Ze heeft me al tijdens de begin periode van de zwangerschap aangegeven dat ze het allemaal niet zou aankunnen, wat betreft de opvoeding. Ze krijgt medicijnen die haar rustig moeten maken. Ik haal de boodschappen en kook het eten. De verpleegster zegt zich een beetje "schamen", dat ik het allemaal moet doen. Voor mij is het geen probleem. Het geeft mij een goed gevoel. Terwijl jij op mijn plekje ligt, speel ik, op de rand van ons bed, gitaar voor je en maak een nieuw liedje. De verpleegster komt net binnen en zij vindt het "schattig". Ze is nog er jong. Je moeder ziet op tegen haar vertrek. Maar de eerste 2 weken zitten er nu toch bijna op. Als het moment van vertrekken toch komt is het vol emoties. Maar het is niet te veranderen. Oma Truus Ik moet weer naar mijn werk. Zin heb ik er niet in, ik blijf liever de hele dag bij jou. Oma Truus komt elke ochtend naar Yolanda toe om te helpen. Dit loopt uit tot hele dagen. Oma Truus blijft tot 17.30 uur en ik kom meestal om 17.45 thuis. Het geeft mij een rust als ik weet dat er iemand bij jullie is. De laatste ochtend - 17 april 1994 Ze neemt je mee! Ik sta in de deur opening, je gaat op het fietsje met de 4 wieltjes. Je bent nog zo klein. Wat komt er allemaal nog op je weg in het leven? Ben ik je kwijt? 'S morgens zijn we opgestaan, Yolanda bleef in bed liggen. Ik maak zo als bijna altijd je brood met "hassezas". Je "voelt" het, ik weet het! Ons laatste ontbijt, in de Menno Poldervaartstraat. Ik kan mijn tranen bijna niet bedwingen. Waarom het zo gaan moet? Echt weten doe ik het niet, maar het gaat ook niet anders meer. We kijken samen naar Bassie en Adriaan, je zit op mijn schoot. Jij kijkt naar me, diep gaat die blik in mijn ogen. Je voelt het. Dit is de laatste keer dat we dit samen beleven. Weer kan ik mijn tranen bijna niet bedwingen, bijten moet ik uit alle macht! Je weet nog niet dat ik niet meer naast je zal slapen. Je niet meer in bad zal stoppen, Je niet meer naar bed zal brengen. Je niet meer zal aankleden. Je niet meer zo even op mijn fiets meenemen. Je niet meer op de schommel zal duwen. Je niet meer meeneem naar de speeltuin. Je weet zoveel nog niet. Begrijpen kun je het allemaal ook nog niet. Maar je voelt het! Ik zie het aan dat snuitje van je. Ik voel me leeg! We wonen pas een jaar in dit huis en nu is je kamertje leeg. Mijn spullen moet ik inpakken, maar eerst ga ik nog een keer bad. Samen spatten dat kan nu niet meer. Je haren wassen is voorbij. Ik zou je zo graag hier hebben. Je bent nu 3 jaar en 5 maanden. Ik heb in die jaren geprobeerd een zo intens mogelijke relatie met je op te bouwen. Vlak na je geboorte wist ik al dat dit gebeuren zou. |