| ©
2004 - 2012
D C A van der Hoofd
Versie 2.03a |
|
Sinterklaas, het huis en McDonald's Zaterdag 3 december 1994 Ik kom te laat in Schagen, het is al 10 uur. Toch weer het "Spookie" tegen me roepen. Het huis in de Mennopoldervaartstraat 31 is verkocht. Voor het afhandelen van de verkoop moet ik naar de makelaar Joop Schouten. Je zit samen met me aan tafel in het kantoor. Terwijl ik met hem praat streel je mijn hand maar het duurt toch te lang en het strelen wordt meppen. Schouten heeft het er niet makkelijk mee, dat zie ik aan zijn gezicht als hij naar jou kijkt. Bij het weggaan gooit hij de namen door elkaar en noemt jou Desiré. Jij noemt hem, wel buiten zodat hij het niet kan horen, een "dommie". "Sinterklaas kapoentje" en "Zie ginds komt de stoomboot" in de auto zingen we er weer op los. Ik draai de woorden maar weer eens om, "boomstoot" en "kalkoentje". Wie is er dus nu de "dommie". "Hé Dees, je bent een dommie het is niet "boomstoot" maar stoomboot!" Om de hoek bij oma Annie wil je voorin zitten. Verstoppen zodat oma Annie je niet kan zien. Je maakt er een heel spel van. Ik moet me achter jouw verstoppen en het aanbellen doe ongeveer 1 minuut lang. En daarna verstoppen in de tuin. Oma Annie doet open en speelt alsof ze je niet heeft gezien. Zij loopt naar de auto en wij snel naar binnen. Oma is zogenaamd verrast, maar jij zoekt. Wat je zoekt is wel duidelijk, Sinterklaas brengt toch cadeaus! Ik dacht dat we ze goed verstopt hadden. Nog geen minuut en je hebt ze al gevonden in je "huis". Het papier is geen probleem, uitpakken zo vlug als water. De garage en de auto's, je slaat aan het parkeren en een plaatsje zoeken is een must. Ik heb geen plaatsje, jij wel natuurlijk en lachen moet je als het me weer niet lukt om in de garage te komen. De puzzel moet worden gemaakt. Je gaat uitdelen van de pepernoten en er moet koffie worden gezet. Je eigen kopjes en schoteltjes worden uit de kast gehaald. Water erin en ernaast, wat maakt het uit. Je zit op schoot, .we moeten spelen. "Kom maar op de grond Dees, we gaan spelen". Je bent op dreef. Bij Greet, Jan en Miets zou Sinterklaas ook geweest zijn. Dus jas aan en met z'n allen daar na toe. Uitpakken! Een nieuw huisje met dieren en snoep wat een feest. Als je de hoop papier ziet is het kort maar krachtig; "wat een rotzooi". Iedereen moet lachen. Je helpt wel zelf mee met opruimen. Eten? Geen tijd! "Geef maar een banaan". Een half sneetje brood en een plak worst gaat nog net. "Kom we gaan spelen". Op de bank het huisje, de garage, jij en ik, veel ruimte is er niet over! Naar boven! Het ritueel van het naar bed gaan wordt weer herhaald. Altijd als je er bent moeten we zogenaamd even naar bed gaan om te slapen. Je doet de gordijnen dicht , het bed wordt een puinhoop. "Kom, ik ga hier op jouw plek en jij gaat naast me!" Rode wangen, springen op het bed en wegkruipen onder het dekbed. Ik moet je zoeken. "Oma Annie, kom jij ook in bed?" Met z'n allen naast elkaar, je ligt geen seconde stil!" Even slapen en natuurlijk gaan snurken. "Hé, niet snurken!" Je handjes zijn wel erg stevig als je mijn neus er bijna afknijpt. Toch nog even naar de speeltuin. Het regent. "Maar tien minuutje." De tijd vliegt. Als ik je vraag of je langer bij mij wilt blijven is het antwoord: "Ja". Weer terug, het is te kort. Sinterklaas, zacht en hard, Bassie en Adriaan, het hele repertoire wordt gespeeld en gezongen. "Dees doe hem is heel hard, ik hoor niks." (De boxen vallen bijna uit de deur.) Schagen is nog ver, eerst naar Alkmaar op naar McDonald's. Het regent maar de glijbaan moet. De drang naar de glijbaan is sterker. |