| ©
2004 - 2012
D C A van der Hoofd
Versie 2.03a |
|
EEN ZATERDAG IN AMSTERDAM BIJ OMA ANNIE (van 09.30 tot 17.00uur) Zaterdag 19 november 1994. Ik bel niet meer naar Schagen en ga er vanuit dat Yolanda zich aan de afspraak houdt. Je staat al klaar en begroet met "SPOOKIE". Ik "SPOOKIE" terug. Yolanda praat tegen me! Ze heeft op haar kop gehad van haar advocaat, ik denk dat Creutzberg hem gebeld heeft. Ze heeft het over het vertrek naar Italië, na jouw verjaardag. Het is dus niet mogelijk om je tussen kerst en nieuwjaar te halen. Ze geeft aan dat ik je pas in de krokus-vakantie (februari 1995) kan komen halen. Ik zeg haar dat ik je voor die tijd wil ophalen voor een weekend. We rijden naar Amsterdam. Je hebt slaap (rooie wangen) maar je gaat er "vol" in. De hele weg sta je achter mijn stoel en kwebbel je in mijn oor. Even je vader z´n haren in een ander (gek dus) model raggen, wat is er leuker? Met een beetje spuug erop wordt het model definitief afgemaakt. Ik denk -laat maar aanrommelen- , beter even met spuug een hoop lol met elkaar, in plaats van een moeilijk kontact. Bij aankomst op de Zaaiersweg 177, je noemt het "ons huisje" en dat doet me toch veel pijn om te horen, vraag je aan mij of je met het huisje mag spelen. Dit huisje is een speelgoedhuisje van een kleinkind van Jan en Greet (twee buren bij Oma Annie). Samen halen wij het op. Jan en Greet houden van je! Spelen met het huisje doe je niet alleen, ik kan op mijn buik op de grond en moet meedoen. Hoe gekker ik doe hoe leuker je het vindt. Lachen en bijna geen tijd voor een boterham. Toch moeten we nog boodschappen doen. In de winkel samen met Oma Annie zet je de boel op zijn kop. Je verstopt je en Oma moet je zoeken. "Oma zoek me dan!" (zachtjes roepen? dat kan toch niet!). Je hebt een nieuwe jas en iedereen kijkt na dat koppie van je. Terug naar het "huisje" maar niet zonder mee te helpen met de boodschappen in de auto te zetten. Lui ben je niet! Onder de trap in de huiskamer maak je een huisje. Tijd om te eten gun je jezelf (en mij) niet. Een broodje met hagelslag ("hassezas" noemde je dat toen je begon te praten.) en drie plakken worst gaan er dan toch nog wel in. We gaan met de tram naar de Linaeusstraat op zoek naar Sinterklaas. Ik kan hem niet vinden! In de etalage van een winkel zie je zwarte pieten. Bij een feestwinkel hangt de baard van Sint in de etalage. "Hoe kan dat nou?" vraagt de slimmerik naast me. Gelijk maar gezegd dat het geen echte baard is. Die van mij kan er niet af dus die van Sint ook niet. In de Hema koop je een zeehondje "Snoetje". Je gaat keurig in de rij staan, als een klein "eigenwijssie" in de rij. Ik moet precies achter je gaan staan. Lopend gaan we terug naar Oma Annie, handje vast, rennen en maar babbelen. Je wordt moe, de tram komt eraan toch maar erin voor een halte. Spookie op mijn nek. ("Dees ik ben moe. Ik kan niet meer lopen hoor! , Til me maar op.") Ondertussen sloop je me als "paard", we hebben lol. De buurman van Oma Annie heeft Smarties voor je gekocht je pakt ze aan bij zijn raam. Hij woont alleen en je babbelt (wel een beetje verlegen) even met hem. Je "huisje " moet mee in je "huis" onder de trap. Rooie wangen en je vecht tegen de slaap. Miets (een buurvrouw dik in de zeventig en je vriendin) heeft gevraagd of je even bij haar komt spelen. Je gaat voor een half uurtje daar spelen zeg je. (Ik denk dat er ook een ijsje opgesnoept wordt in die tijd.) Ik heb even rust. Je hoofd gestoten! Even lekker knuffelen met elkaar en "Spookie" is het alweer vergeten. Vier uur we moeten terug naar Schagen. Dit is voor jou en mij een rot moment. Je bent ontdeugend, uitstellen en rekken maar. Ik krijg je jas niet aan, rennen rond de tafel. Jij links, Oma rechts ik achter je aan. "Pak me dan!" We moeten wel precies zo rennen zoals jij het in je "koppie" hebt. Die jas is aan, het kost een kwartiertje. De gedachte dat je wel in slaap zou vallen
komt niet helemaal uit! Bandje in de cassetterecorder en zingen
maar weer! De teksten zijn voor jou geen probleem. (Voor mij wel!) Samen zingen we mee met "Het geld van Ome
Jan" van Willeke Alberti, "Voorbij" van Paul de Leeuw en volgens jouw
vertaling "He braberiba" (hoe kom je aan dat lied?) maken de tocht van
70 km een fluitje van een cent. De snoepjes gaan ook nog even op, vandaag
is het weer een feest.
Terug brengen bij Oma Truus. Die komt naar
buiten, Yolanda is er waarschijnlijk niet. Twee zoenen en nog zwaaien, de hoek om, ik ben weer alleen. Ik mis je nu alweer. |